7 oktober 2025

Epidemiologie van vallen bij zelfstandig wonende ouderen in Europa: een systematische review en meta-analyse

In een recente studie aan de Universiteit Gent werd onderzocht hoeveel thuiswonende ouderen in Europa jaarlijks vallen. Ze maakten een overzichtsstudie met cijfers van de afgelopen 50 jaar. De resultaten werden gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Age & Ageing.

Vallen is een belangrijk probleem onder ouderen. Wereldwijd groeit de aandacht voor deze valproblematiek en al decennialang wordt er onderzoek naar gedaan. Denk bijvoorbeeld aan het in kaart brengen van risicofactoren en het ontwikkelen van valpreventie programma’s om het valrisico te verkleinen. Dit roept de vraag op: heeft al deze inzet er in de loop der jaren daadwerkelijk toe geleid dat minder ouderen vallen?

Voor deze studie werden artikelen gezocht in de wetenschappelijke literatuur. In deze zoektocht werden 38 studies geïncludeerd, die in het totaal naar het valgedrag keken van 71245 Europeanen uit 12 verschillende landen. Er werden een aantal interessante resultaten gevonden:

  1. 30% van de Europeanen valt minstens 1x per jaar. Dat percentage is hoger bij vrouwen (32%) dan bij mannen (23%).
  2. Hoe ouder iemand is, hoe groter de kans is dat hij of zij gaat vallen.
  3. Het cijfer van 30% is sinds 1975 nagenoeg hetzelfde gebleven in Europa.


Dat het aantal vallers niet daalt, ondanks al het onderzoek van de afgelopen jaren, doet ons de vraag stellen waar dit door komt. Er werden verschillende bedenkingen gemaakt:

  1. Door globalisering en verstedelijking wonen steeds meer ouderen zelfstandig thuis, vaak met weinig of geen hulp van familie. Daardoor is de kans groter dat ze vallen.
  2. Sommige ouderen zullen een valrisico ontkennen of verzwijgen uit angst hun onafhankelijkheid te verliezen. Andere ouderen zien vallen misschien als iets wat hoort bij ouder worden, of ze zijn zich niet bewust van de risico’s die gepaard gaan met vallen. Op deze manier blijven ouderen met een hoog risico onopgemerkt en kunnen ze dus ook niet geholpen worden.
  3. Het ontbreken van een accuraat meetinstrument met correcte afkapwaarde zorgt ervoor dat we ouderen met een hoog valrisico niet of niet allemaal kunnen opsporen in de samenleving. Daardoor weten we niet goed aan wie we juist valpreventie moeten aanbieden en kunnen we deze therapie ook niet individualiseren aan het risico.
  4. Het uitvoeren van effectief bewezen valpreventie programma’s in de klinische praktijk blijkt lastiger te zijn dan in de onderzoek-omgeving en er wordt gebotst op verschillende barrières, zoals het ontbreken van voldoende geschoold personeel, voldoende tijd en voldoende financiële middelen.

Wat kun jij doen in de praktijk?

  • Vraag actief naar het valgedrag van de ouderen in je praktijk. Zijn ze al eens gevallen? Hebben ze angst om te vallen? Maak vallen en de risico’s bespreekbaar.
  • Geef aan ouderen de nodige tips om het risico eenvoudig te verlagen, denk bijvoorbeeld aan fysiek actief blijven, goed schoeisel dragen en losliggende tapijten verwijderen uit huis.
  • Probeer door middel van verschillende balans-, kracht- en functionele testen in te schatten waar iemands valrisico juist vandaan komt. Je kunt je therapie daardoor veel beter individualiseren.
  • Stel samen met de oudere persoon realistische doelen op om het valrisico te verkleinen. Hertest op verschillende momenten om eventuele vooruitgang te kunnen gebruiken als motivator voor de volgende sessies.


Lees het volledige artikel: Rommers E, De Pauw R, Petrovic M, Cambier D. Epidemiology of falls in community-dwelling older adults in Europe: a systematic review and meta-analysis. Age and Ageing. 2025;54(6). Available from: http://dx.doi.org/10.1093/ageing/afaf157 

keyboard_arrow_up

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x