30 juni 2025

Doctoraat in de kijker: BE-EMPOWERed – Een Belgische studie naar valpreventie bij ouderen

Hoewel de wetenschap veel vooruitgang boekt, wordt maar een klein deel van deze nieuwe inzichten en verbeteringen echt toegepast in de dagelijkse zorg. Deze kloof resulteert in verspilling van onderzoek en suboptimale patiëntuitkomsten. Ook effectieve valpreventie interventies voor oudere personen ondervinden vergelijkbare uitdagingen.

Valpartijen bij oudere personen vormen wereldwijd een ernstig gezondheidsprobleem. Een derde van de thuiswonende oudere personen valt jaarlijks één of meer keer. De complexiteit van valproblematiek en de druk op zorgsystemen belemmeren de implementatie van effectieve valpreventie interventies in de thuisomgeving. Deze uitdagingen onderstrepen de noodzaak van gerichte strategieën om valpreventie interventies effectief toe te passen in de thuisomgeving. Daarom richt dit doctoraatsonderzoek zich op de ontwikkeling en evaluatie van het BE-EMPOWERed programma voor de implementatie van een multifactoriële valpreventie interventie bij thuiswonende oudere personen.

Voor de systematische ontwikkeling en evaluatie van het BE-EMPOWERed programma werden verschillende implementatiekaders toegepast, waaronder Intervention Mapping. Dit kader volgt een iteratief proces van probleemverkenning tot de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een op maat gemaakt programma. In elke fase werd een multidisciplinaire expertengroep actief betrokken om de relevantie en effectiviteit van het programma te waarborgen.

Dit doctoraatsonderzoek bestaat uit drie hoofddelen: 1) Verkenning van de implementatie van multifactoriële valpreventie interventies in de thuisomgeving, 2) Ontwikkeling van het BE-EMPOWERed programma en 3) Implementatie en evaluatie van BE-EMPOWERed in vier eerstelijnszones.

Het eerste deel bestaat uit twee systematische literatuurstudies en een kwalitatieve studie. De eerste systematische literatuurstudie had als doel om een overzicht te bieden van determinanten die de implementatie van multifactoriële valpreventie interventies bij thuiswonende oudere personen beïnvloeden. Er werden in totaal 29 studies geïncludeerd. De studiepopulatie bestond voornamelijk uit zorgverleners en oudere personen. Slechts enkele studies onderzochten determinanten op organisatieniveau, en geen enkele studie beoordeelde determinanten op beleidsniveau. Determinanten werden onverdeeld in belemmerende (n=40) en bevorderende (n=35) factoren. Onder de belangrijkste determinanten bevinden zich de beschikbaarheid van middelen, kennis, intenties en overtuigingen, motivatie, praktische integratie, communicatie, teamprocessen en financiële aspecten.

De kwalitatieve studie had als doel een beschrijving te geven van de determinanten die de implementatie van een multifactoriële valpreventie interventie beïnvloeden in de Vlaamse thuissetting. Deze studie identificeerde 33 context specifieke determinanten. Vier hoofdthema’s met betrekking tot de implementatie van een multifactoriële valpreventie interventie werden gevonden: 1) Betrokkenheid en participatie van belanghebbenden, 2) Bevorderen van bewustzijn, overtuigingen, kennis en vaardigheden voor valpreventie, 3) Proactief handelen en 4) Communicatie, samenwerking en coördinatie. De studie benadrukt dat de effectiviteit van valpreventieprogramma's niet alleen afhangt van de interventie zelf, maar vooral van de context waarin deze wordt toegepast. Het is belangrijk dat alle betrokkenen actief meedoen, vooral oudere personen, die een centrale rol moeten spelen in het besluitvormingsproces. Valpreventie dient een gemeenschappelijk doel en prioriteit te zijn zowel voor oudere personen, familie, mantelzorgers, zorgverleners, organisaties als beleidsmakers.

De tweede systematische literatuurstudie had als doel om een overzicht te bieden van de strategieën die worden gebruikt om multifactoriële valpreventie interventies in de thuissetting te implementeren. Alle 18 studies combineerden implementatiestrategieën gericht op verschillende determinanten. Op individueel niveau (nl. oudere personen en zorgverleners) waren de meest gebruikte strategieën: ‘aanpassingen op maat’, ‘actief leren’, ‘personaliseren van het valrisico’, ‘aandacht voor het individu’, ‘bewustmaking’ en ‘actieve betrokkenheid’. Op omgevingsniveau (nl. organisatie, gemeenschap en beleid/samenleving) werden strategieën zoals ‘technische ondersteuning’, ‘leren van peers’, ‘betrekken van stakeholders’, ‘opzetten van samenwerkingsverbanden’ het vaakst beschreven.

Op basis van de inzichten uit de twee literatuurstudies en de kwalitatieve studie werd in het tweede deel in co-productie met een eerstelijnszone in Vlaanderen, het BE-EMPOWERed programma ontwikkeld en een eerste keer uitgetest. Het programma bestaat uit drie belangrijke onderdelen. Eerst is er een groepsprogramma van zeven weken voor ouderen, gebaseerd op het Australische ‘Stepping On’-programma, waarbij zij praktische tips en oefeningen krijgen om valpartijen te voorkomen. Daarnaast worden zorgverleners ondersteund met twee workshops, waarbij de ene zich richt op een effectieve valpreventie aanpak en de andere op motiverende gespreksvoering. Om de implementatie gestructureerd en efficiënt te laten verlopen, is er een zes stappenplan en procesbegeleiding dat helpt om valpreventie interventies te verankeren in de praktijk. Belangrijke implementatiestrategieën voor het groepsprogramma voor oudere personen omvatten ‘aanpassingen op maat’, ‘actief leren’, ‘personaliseren van het valrisico’, ‘actieve betrokkenheid’ en ‘mogelijkheden voor sociale vergelijking’. Voor zorgverleners richten de strategieën zich op ‘bewustwording’, ‘samen inoefenen’ en ‘opzetten van samenwerkingsverbanden’. Daarnaast waren ‘betrokkenheid van stakeholders’, ‘co-productie’ en ‘agenda setting’ cruciale implementatiestrategieën van het implementatieplan.

In het derde en laatste deel van dit doctoraatsonderzoek werd het BE-EMPOWERed programma uitgetest en geëvalueerd door middel van een mixed methods studie in vier eerstelijnszones. Deze studie richt zich op het beoordelen van het implementatieproces, de implementatie uitkomsten en de effectiviteit van het programma bij het voorkomen van vallen bij thuiswonende oudere personen. De studie maakt gebruik van diverse methoden voor gegevensverzameling (bv., enquêtes, observaties, focusgroepen en fysieke testen). In totaal werden 19 groepsprogramma’s georganiseerd met 188 oudere personen. Tijdens de zeven sessies werd een opkomst van 86-96% bereikt en was er een minimaal uitvalpercentage (5%). De deelnemers toonden significante verbeteringen in zelfgerapporteerde fysieke activiteit en valpreventiegedrag. Daarnaast liet de studie significante verbeteringen zien in balans, kracht en mobiliteit, wat resulteerde in een verminderd valrisico van 84%. Focusgroepen met oudere personen benadrukten de toename van kennis en bewustwording, wat leidde tot praktische toepassingen zoals aanpassingen in huis, medicatienazichten en een toename van fysieke activiteit. De uitkomsten van de implementatie en het proces tonen aan dat het programma in eerstelijnszones zowel haalbaar als zeer goed ontvangen is, wat de mogelijkheid voor brede implementatie onderstreept.

Concluderend beschrijft dit doctoraatsonderzoek de ontwikkeling, evaluatie en implementatie van het BE-EMPOWERed programma. Het benadrukt het belang van het opschalen en aanpassen van bewezen valpreventie interventies voor bredere impact, in plaats van uitsluitend nieuwe interventies te ontwikkelen en te evalueren. Vervolgonderzoek is nodig om te bepalen of de methodologie achter BE-EMPOWERed toepasbaar is op andere valpreventie interventies en settings. Dit programma biedt waardevolle inzichten voor zorgverleners, beleidsmakers en onderzoekers op het gebied van valpreventie en implementatie.

Wil je meer weten? 

Sara Vandervelde
Postdoctoraal onderzoeker en ondervoorzitter Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (KU Leuven)
sara.vandervelde@kuleuven.be

keyboard_arrow_up

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x