Incidentie

Bij thuiswonende ouderen

Uit incidentiecijfers blijkt dat 24 tot 40% van de thuiswonende 65-plussers minstens eenmaal per jaar valt, waarvan 21 tot 45% herhaaldelijk 8, 9, 10, 11, 12. Gezien het aandeel 65-plussers in Vlaanderen tegen 2060 zal toenemen tot 25% 13, zal waarschijnlijk ook het aantal valincidenten stijgen. Bovendien verhogen factoren zoals hoge leeftijd en cognitieve stoornissen het valrisico. Het valrisico bij ouderen met dementie loopt op tot 72% op jaarbasis, waarvan 39% herhaaldelijk valt 14, 15, 16, 17, 18.

(Een overzicht van de referenties kan geraadpleegd worden in de Vlaamse richtlijn valpreventie bij thuiswonende ouderen, p. 53-61.)


 

Valrisico bij thuiswonende 65+

 

Bij bewoners in woonzorgcentra

  • 30% tot 70% valt ten minste eenmaal per jaar 
  • 15% tot 40% valt tweemaal of vaker 
  • het risico neemt toe bij bewoners met cognitieve stoornissen:
    • het aantal valincidenten per bed bij ouderen met een fysieke zorgbehoevendheid bedraagt gemiddeld 1,4 per jaar
    • het aantal valincidenten per bed bij ouderen met een psychogeriatrisch profiel bedraagt gemiddeld 6,2 per jaar

Bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis

  • 1,4 tot 17,9 valincidenten per 1000 verpleegdagen 
  • 2% tot 17% van de patiënten valt minstens 1 keer tijdens de opname 
  • 8% tot 44% van de vallers valt meerdere keren tijdens een opname in het ziekenhuis 

Realiteit 

Ondanks deze hoge cijfers is er toch nog een onderschatting van de problematiek. Een valincident zonder letsel wordt vaak niet gemeld omdat: 

  • het een confrontatie betekent met toegenomen fragiliteit 
  • ouderen vrezen voor een opname in een rusthuis 

(Tideiksaar, 1989Baldwin et al., 1996Mahoney (1998)Halfon et al. (2001)Masud & Morris, 2001Tinetti, 2003NVKG richtlijn, 2004Milisen et al., 2004Vassallo et al., 2004Nakai et al., 2006; Schwendimann et al., 2008WIV, 2008)