Gevolgen valincident

Niettegenstaande onderstaande cijfers sterk kunnen variëren in functie van de gehanteerde onderzoeksopzet in de diverse studies, geven ze een belangrijke indicatie van de ernst van het probleem. Het belang van gezondheidspromotie bij ouderen in het algemeen, en val- en fractuurpreventie in het bijzonder, wordt hierdoor benadrukt.

Fysieke gevolgen

Een val heeft vaak fysieke gevolgen. De meest voorkomende kleine letsels zijn weefselbeschadiging (open huidwonde) (8-72%) en distorsie (3–18%). Meer ernstige letsels zijn hoofdtrauma (1-4%) en fracturen (2-16%), waaronder heupfracturen (2-5%) 6, 10, 22.

Valletsels op zich kunnen ook vroegtijdige dood tot gevolg hebben 23. Een ‘onvrijwillig letsel’ is de 5de doodsoorzaak bij 75-plussers waarbij valincidenten de belangrijkste oorzaak zijn van dit onvrijwillig letsel. Globaal genomen zijn 40% van de overlijdens door letsels/verwondingen bij ouderen toe te schrijven aan valincidenten. Het mortaliteitsrisico bij Belgische vrouwen en mannen ligt respectievelijk vijf tot achtmaal hoger in de eerste drie maanden na een val met heupfractuur. De doodsoorzaak is dan het trauma, de fractuur, de heupoperatie of eventuele verwikkelingen. Ook in de jaren nadien blijft het risico groot omwille van de kwetsbaarheid (‘frailty’) van deze ouderen 24. Rates variëren naargelang land en onderzochte populatie (zie grafiek).

 

Mannen kennen in elke leeftijdscategorie een hoger aantal fatale valincidenten dan vrouwens ondanks het feit dat vrouwen vaker vallen. Dit komt omdat bij mannen meer comorbiditeit aanwezig is dan bij vrouwen van dezelfde leeftijd. Hetzelfde geldt bij heupfracturen: bij vrouwen komen meer heupfracturen voor, maar mannen sterven vaker ten gevolge van een heupfractuur dan vrouwen. 

Ten gevolge van een heupfractuur wordt 20% van de ouderen immobiel, herwint slechts 14% tot 21% volledige ADL-zelfstandigheid (Activiteiten van het Dagelijkse Leven) en overlijdt 25% tot 33% binnen het jaar na het valincident.

Psychosociale gevolgen

Op psychosociaal vlak kan een valincident aanleiding geven tot valangst (3-85%), waardoor ouderen activiteiten vermijden (38%), hun sociale interactie (17-26%), zelfvertrouwen (40%) en kwaliteit van leven afneemt 11, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31

Valangst kan variëren van :

  • een “gezonde” bekommernis over het vermijden van een risico in de omgeving (bv. een bevroren, gladde ondergrond)
  • tot een “verlammende” bekommernis die ertoe kan leiden dat een persoon bepaalde activiteiten niet meer zal uitvoeren die hij/zij eigenlijk nog kan.

Vooral in deze laatste situatie kunnen ouderen zo angstig zijn om te vallen dat ze minder gaan bewegen waardoor hun valrisico alsook hun risico op letsels vergroot.

Financiële gevolgen

Ook de financiële gevolgen zijn vaak niet te onderschatten. Doorgaans is na een valincident een spoedopname (30-57%), een ziekenhuisopname (8-39%) of een bezoek aan de huisarts (21%) onvermijdelijk 9, 10, 11, 22. In Nederland bedragen de globale gezondheidskosten ten gevolge van een valletsel bij 65-plussers € 7000 per persoon 32. In België worden de gezondheidskosten ten gevolge van een heupfractuur geschat op gemiddeld €11500 per persoon, terwijl in ons land jaarlijks ongeveer 15000 heupfracturen worden geregistreerd. Zo bedroeg de totale kostprijs voor België in 2010 €308 miljoen, een kostenplaatje dat nog verder zal stijgen met een schatting van bijna 19 000 heupfracturen tegen 2025 33.

Valletsels vormen de duurste categorie van alle trauma’s bij ouderen. Meer gedetailleerde cijfers:

  • Voor België worden de globale kosten m.b.t. heupfracturen in 1996-1997 geraamd op € 173.525.467. Meer recente cijfers uit Nederland geven een totaalbedrag van € 1.150.000.000 weer, gespendeerd aan ouderen die voor een ongeval op de dienst spoedgevallen werden opgenomen. Hierbij werd 44% toegeschreven aan valincidenten, vnl. kosten gerelateerd aan heupfracturen (20,4%) en kneuzingen, schaafwonden en open wonden (20%). Pas op de tweede plaats staan auto-ongevallen (19%). 
  • Vallers worden 2 tot 3 maal vaker opgenomen in een rusthuis, RVT of woonzorgcentrum, zelfs bij valincidenten zonder fysiek letsel. Een ziekenhuisopname t.g.v. vallen neemt 6 maal toe vanaf de leeftijd van 65 jaar.
  • Heupfractuurpatiënten kennen een bijkomende kost van €10.528 - €13.065 in het jaar volgend op de fractuur in vergelijking met ouderen zonder heupfractuur. Ongeveer de helft hiervan zijn initiële hospitalisatiekosten, en de andere helft is voornamelijk toe te schrijven aan verblijf in een verpleeghuis (31%), verblijf in een revalidatiecentrum (31%), heropname in het ziekenhuis (16%), en aan kinesitherapeutische thuisbehandelingen (14%). Met zo’n 15.000-tal heupbreuken per jaar loopt dat cijfer gigantisch hoog op voor ons land: in 2010 bedroeg de totale kostprijs voor België €308.000.000 33.

Over de periode 2010-2060 zal het aandeel 65-plussers in de totale bevolking aanzienlijk toenemen van 17% naar 25%. Door deze vergrijzing zullen valgerelateerde letsels en overlijden, alsook de kosten voor de gezondheidszorg blijven toenemen. Deze incidentiecijfers en gegevens in verband met de gevolgen van valincidenten bij ouderen, benadrukken nogmaals het belang van gezondheidspromotie bij ouderen in het algemeen, en val- en fractuurpreventie in het bijzonder.

(Een overzicht van de referenties kan geraadpleegd worden in de Vlaamse richtlijn valpreventie bij thuiswonende ouderen, p. 53-61.)

Overzicht gevolgen val bij thuiswonende ouderen

Gevolgen val thuiswonende ouderen