Multifactoriële aanpak - valletsels

Klinische vraag 3: Wat is het effect van een multifactoriële aanpak op het aantal valletsels bij thuiswonende ouderen?

   Aanbevelingen  GRADE*

3.1

Hanteer bij ouderen met een verhoogd valrisico een multifactoriële aanpak om valletsels te voorkomen.

1C

3.2

Hanteer, na behandeling voor een valletsel, een multifactoriële aanpak om toekomstige valincidenten en valletsels te voorkomen.

1C

* Voor meer informatie over de betekenis van het GRADE beoordelingssysteem, raadpleeg Van Royen P. (2008)

Toelichting

Valletsels komen vaak voor en zijn zeer verscheiden. De meest voorkomende kleine letsels zijn weefselbeschadiging (8-72%) en distorsie (3-18%). Meer ernstige letsels zijn hoofdtrauma (1-43%) (schedelbreuk, hersenschudding of -bloeding) en fracturen (2-16%) (ledematen, ruggenwervel, bekken of heup) 6, 9, 10, 11, 21, 22, 25, 30, 32 ,51, 52, 53.

Evidentie

Op basis van de Cochrane review van Gillespie 5 kunnen geen conclusie getrokken worden met betrekking tot het effect van een multifactoriële aanpak op valletsels. Er werd geen significante daling van het fractuurrisico geobserveerd na een multifactoriële interventie in het kader van valpreventie (RR 0.84; 95% BI 0.67-1.05).

Gezien dergelijke aanpak het aantal valincidenten significant doet dalen, en valincidenten de belangrijkste oorzaak zijn van onvrijwillige letsels, stellen experts dat het niet onlogisch is dat multifactoriële interventies het aantal valletsels kunnen reduceren 54. Internationaal wordt aanbevolen om naar aanleiding van de behandeling van een valletsel, een multifactoriële evaluatie en multifactoriële interventies op maat van de oudere op te starten, om diens zelfstandigheid en fysiek en psychologisch functioneren te bevorderen en om nieuwe valincidenten en de daaraan gerelateerde letsels te voorkomen 4.

Vraag 3 kan nagelezen worden in de richtlijn, p. 22.