Screen op verhoogd valrisico

Klinische vraag 4: Wat is de beste methode om een verhoogd valrisico bij thuiswonende ouderen vast te stellen?    

   Aanbevelingen
 GRADE*

4.1

Bevraag regelmatig de valgeschiedenis bij ouderen.

1C

4.2

Onderwerp de oudere aan een multifactoriële evaluatie in volgende gevallen:

  • bij aanmelding vanwege een valincident of valletsel,
  • of bij twee of meerdere valincidenten in het afgelopen jaar,
  • of in geval van gang- en/of evenwichtsproblemen.

1B

4.3

Wij suggereren om voorlopig terughoudend te zijn in het gebruik van zorgdomotica om te screenen naar een verhoogd valrisico.

2B

* Voor meer informatie over de betekenis van het GRADE beoordelingssysteem, raadpleeg Van Royen P. (2008)

 

Vaststellen verhoogd valrisico

 

Toelichting

4.1) Uit een recente bevraging in Vlaanderen blijkt dat 62% van de huisartsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten en ergotherapeuten minstens eenmaal per jaar bij ouderen actief navraag doen naar valincidenten en screenen naar gang- en/of evenwichtsproblemen (84%) 7

4.2) Ouderen met een verhoogd valrisico moeten een multifactoriële evaluatie (zie vraag 5) krijgen. Wordt aan geen enkele van de 3 opgesomde criteria voldaan, dan heeft de oudere geen verhoogd valrisico en is verdere evaluatie niet nodig 2339. Is de oudere slechts één keer ten val gekomen in het afgelopen jaar, heeft hij daarbij geen letsels opgelopen en vertoont hij geen problemen met evenwicht of mobiliteit, dan is verdere evaluatie evenmin noodzakelijk 2.    

4.3) Zorgdomotica is momenteel aan een opmars bezig, zowel internationaal als in Vlaanderen, en kent erg uiteenlopende toepassingen (bv. infraroodsensoren, camerasystemen ...) 42. De kosteneffectiviteit ervan werd tot nu toe onvoldoende aangetoond. De wetenschappelijke onderbouwing is op dit moment ook erg beperkt.


Evidentie

4.1) Bij het vaststellen van een verhoogd valrisico bij thuiswonende ouderen (ook wel screening genoemd) bestaat de eerste pijler uit het bevragen van de valgeschiedenis. Ouderen met een valincident in het afgelopen jaar hebben immers een verhoogd risico op een volgend valincident. Daarom is het aangewezen om de valgeschiedenis van de oudere regelmatig, vb. tijdens een consultatie of bij wijziging van de gezondheidstoestand, te bevragen. Is er een valgeschiedenis, dan geeft een korte valanamnese meer inzicht in de oorzaken, prodromen, activiteit(en), locatie, tijdstip en gevolgen verbonden aan de doorgemaakte valincidenten van de oudere. Deze valanamnese is bovendien richtinggevend voor de meer uitgebreide multifactoriële evaluatie (zie vraag 5). Op basis daarvan worden in een latere fase interventies aan elkaar gekoppeld om toekomstige valincidenten te voorkomen 23461

4.2) Tot op heden is er geen specifieke, gevalideerde test voorhanden om een verhoogd valrisico (screening) bij thuiswonende ouderen vast te stellen 239 ,6163. Daarom zijn bovenstaande 3 criteria het meest valabel.

4.3) Er is momenteel onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikbaar om het inzetten van zorgdomotica te verantwoorden in het kader van valproblematiek, en in het bijzonder om te screenen naar een verhoogd valrisico 64.

Vraag 4 kan nagelezen worden in de richtlijn, p. 23-25